stikstofarrest

Belang en betekenis van het stikstofarrest

Op 25 februari 2021 sprak de Raad voor Vergunningsbetwistingen het zogenaamde ‘stikstofarrest’ uit. In dit arrest vernietigde de Raad de vergunning voor de uitbreiding van een pluimveebedrijf. Er kon niet aangetoond worden dat de bijkomende uitstoot van stikstof ten gevolge van deze uitbreiding geen negatieve gevolgen zou hebben voor de nabijgelegen natuurgebieden. Hoewel het slechts gaat om de vernietiging van 1 vergunning, heeft het arrest toch grote gevolgen. Huidig artikel licht de betekenis en de draagwijdte van dit arrest toe.

Kadering van het stikstofprobleem: bescherming van natuurgebieden

In Vlaanderen zijn tal van natuurgebieden aanwezig. Onder andere Europa verplicht ons om verschillende natuurgebieden te beschermen en indien nodig te herstellen. Hiertoe werden in de wetgeving verschillende ‘toetsen’ ingeschreven.

De basis van de beoordeling van vergunningsaanvragen zijn deze toetsen. De impact van de bijkomende uitstoot van stikstof is hierbij één van de criteria. Stikstof verstoort immers het natuurlijk evenwicht binnen deze gebieden. Hieronder gaan we dieper in op de verschillende toetsen.

1. Aanvragen gelegen binnen of in de nabijheid van een speciale beschermingszone (SBZ): de passende beoordeling

Op basis van Europese wetgeving zijn bepaalde gebieden aangeduid als ‘speciale beschermingszones’ (SBZ). Deze gebieden worden ook wel ‘Natura 2000-gebieden’ genoemd. Voor de impact op deze gebieden dient een ‘passende beoordeling’ opgemaakt te worden. Het criterium hierbij is of het project tot ‘een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de SBZ’ zal leiden.

2. Aanvragen gelegen binnen of in de nabijheid van een VEN-gebied: de verscherpte natuurtoets

In aanvulling op deze Europees beschermde gebieden, heeft Vlaanderen ook een ‘Vlaams Ecologisch Netwerk’ (VEN) uitgetekend. Dit heeft zij gedaan door de afbakening van zogenaamde ‘VEN-gebieden’. Deze VEN-gebieden overlappen vaak met een SBZ, maar dit hoeft niet steeds het geval te zijn. Voor de impact op deze VEN-gebieden dient een ‘verscherpte natuurtoets’ opgemaakt te worden. Hierin wordt nagegaan of de aanvraag niet leidt tot onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur.

Lees hier meer over een omgevingsvergunning aanvechten.

3. De algemene zorgplicht

Tot slot mag er, ongeacht de ligging van een project, geen vermijdbare schade aan de natuur ontstaan.

Het geldende PAS-kader en het stikstofarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Om in het kader van deze natuurtoetsen de impact van de bijkomende uitstoot van stikstof na te gaan, had de Vlaamse Regering het PAS-kader ontwikkeld. PAS staat voor ‘programmatische aanpak stikstof’. Aan de hand van dit kader was het mogelijk om te kijken of de bijkomende uitstoot van stikstof geen negatieve gevolgen zou hebben voor de nabijgelegen natuurgebieden.

Voldeed een project aan de in dit PAS voorziene drempelwaarden, dan ging men ervan uit dat de impact van het project aanvaardbaar was. Dit kader werd vooral gebruikt om te kijken of de bijkomende uitstoot gepaard gaande met (een uitbreiding van) landbouwactiviteiten aanvaardbaar was. Hetzelfde kader gelde voor industriële activiteiten. Vooral landbouw en industrie leiden immers tot een (bijkomende) uitstoot aan stikstof.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen stelt nu echter dat dit PAS-kader onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is. Louter het voldoen aan dit kader is aldus niet voldoende om te oordelen dat de impact van de bijkomende uitstoot van stikstof aanvaardbaar is. Hierdoor komt het verlenen van vergunningen voor landbouwbedrijven en industrie dus op de helling.

De gevolgen van het stikstofarrest: naar een volledige vergunningenstop?

Het PAS werd (bijna) uitsluitend gebruikt om vergunningen te verlenen aan landbouwbedrijven en industrie. Dit voor zover deze gelegen waren binnen of in de nabijheid van een SBZ of VEN-gebied. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vele chemische bedrijven gelegen binnen de Haven van Antwerpen. Deze grenst aan verschillende van deze gebieden. Het voldoen aan de drempels van het PAS-kader is voor dit type aanvragen dus niet langer voldoende.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen laat wel toe om aan de hand van andere gegevens aan te tonen dat de impact van de bijkomende uitstoot van stikstof aanvaardbaar is. Bij gebreke van enige bindende normen blijft dit echter een moeilijke oefening. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde namelijk dat de kans dat natuurwaarden in het gedrang komen, reeds voldoende is om te oordelen dat er niet voldaan is aan de door de wetgeving voorgeschreven natuurtoetsen.

Wat met andere sectoren naast landbouw en industrie?

Andere grote ontwikkelingsprojecten in de buurt van een SBZ of VEN-gebied die eveneens gepaard gaan met een bijkomende uitstoot van stikstof (bv. wegenbouw, de bouw van een winkelcentrum of een woonwijk) waren niet opgenomen in het vernietigde PAS-kader. Een volledige vergunningenstop zoals in Nederland zal er dus niet komen. In Nederland was het vernietigde PAS-kader immers van toepassing op alle vergunningsaanvragen. Dit is in Vlaanderen echter niet het geval.

Voor deze andere sectoren gelden tot op heden geen drempels. Dit betekent dat men voor elke aanvraag steeds opnieuw moet aantonen dat deze voldoet aan de verschillende natuurtoetsen. De natuurgebieden in Vlaanderen bevinden zich echter in slechte staat. Aldus bestaat in het algemeen in deze gebieden nog weinig ruimte voor bijkomende uitstoot. Hierdoor komt elke bijkomende uitstoot in het vizier. Hoe klein deze ook is.

Bijgevolg zal men enkel nog een project met een bijkomende uitstoot kunnen vergunnen indien men met zekerheid aantoont dat deze bijkomende uitstoot geen enkel effect heeft op de natuurwaarden. Gelet op de slechte staat van de natuurgebieden in Vlaanderen zal dit echter moeilijk aan te tonen zijn. Elke bijkomende uitstoot in de buurt van een SBZ of VEN-gebied ligt gelet op het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen immers gevoelig.

Wat kunt u doen bij een weigering van een omgevingsvergunning?

De impact van het stikstofarrest op lopende vergunningsaanvragen

Voor zover ze gepaard gaan met een bijkomende stikstofuitstoot in de buurt van een SBZ of VEN-gebied, worden momenteel (bijna) alle aanvragen gebaseerd op het vernietigde PAS-kader geweigerd. Dit met verwijzing naar de motivatie opgenomen in het stikstofarrest. Dit geldt ook voor aanvragen van voordat het stikstofarrest, maar waarbij de beslissing erna kwam. Ook vergunningen waarvoor de beroepstermijn nog loopt, kan men op basis van dit arrest nog aanvechten.

Voor aanvragen binnen andere sectoren waarvoor het PAS-kader niet gold, geldt op basis van het arrest een verstrengde motiveringsplicht. Slimme juristen kunnen immers het stikstofarrest aangrijpen om de impact van bijkomende uitstoot van stikstof strenger te laten beoordelen.

Het voorlopig akkoord van de Vlaamse Regering: de vergunningenstop afgewend?

Het is nu aan de Vlaamse Regering om een nieuw kader vast te stellen. In afwachting van een definitief kader verspreidde de Minister op 2 mei tijdelijke richtlijnen. Zo zet de richtlijn de norm voor bijkomende uitstoot in de landbouw op 0. Voor industrie en transport staat de norm op 1% van de totale waarde aan stikstof die een natuurgebied aankan. Overschrijdt een aanvraag deze normen, dan zal moeten gemotiveerd worden dat er geen negatief effect is op de omliggende natuur. Blijft men onder deze grenzen, dan is een bijzondere motivatie niet vereist.

Voor aanvragen binnen andere sectoren legde de Regering geen drempels vast. In deze sectoren blijft de situatie dus ongewijzigd. Men zal voor elke aanvraag steeds opnieuw moeten aantonen dat deze voldoet aan de verschillende natuurtoetsen. Dit zonder terug te kunnen vallen op normen waaronder men ervan uitgaat dat er geen impact is op de natuur.

Reeds nu al rijzen er echter vragen of dit onderscheid tussen landbouw en industrie en transport wel gerechtvaardigd is. Stikstof blijft immer stikstof. Of deze nu van de landbouw komt of van industrie of transport. Ook is het niet zeker of deze richtlijnen wel de nodige rechtszekerheid bieden. Er kunnen immers vragen gesteld worden bij de wetenschappelijke onderbouwing van de 1% norm voor de industrie. Dit gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing was immers de reden waarom de Raad het vorige PAS-kader vernietigde.

Tot slot zijn deze richtlijnen voorlopig nog geen bindende regelgeving. Een richtlijn kunt u niet gelijkstellen met wettelijk voorgeschreven natuurtoetsen. De rechter kan dus later oordelen dat er toch niet voldaan is aan de wettelijk voorgeschreven natuurtoetsen, ook al voldeed men aan alle normen uit de richtlijn.

Wanneer komt er een nieuw definitief beoordelingskader?

Het voornemen is om voor het einde van 2021 een nieuw definitief kader te hebben. Tot dan blijven de hierboven aangehaalde voorlopige richtlijnen gelden.

Hier vindt u meer informatie over een omgevingsvergunning aanvragen.

Dit bericht delen?

Niels Vansimpsen

Niels Vansimpsen is advocaat omgevingsrecht en specialiseert zich in het begeleiden en aanvechten van vergunningsaanvragen. Eveneens verleent hij advies over de juridische bebouwbaarheid van gronden, de stedenbouwkundige haalbaarheid van een project en andere aan vastgoed gerelateerde vragen.

Legal notice: Blogberichten genieten auteursrechtelijke bescherming en mogen niet worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de auteur.