De houdbaarheid van verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar: De noodzaak van een actuele motivering

Binnen het Vlaamse omgevingsrecht bestaat er regelmatig discussie over de rechtskracht van verouderde verkavelingsvoorschriften. Sinds de decreetswijziging van 8 december 2017 vormen voorschriften van een verkaveling die op het moment van de vergunningsaanvraag ouder is dan vijftien jaar, in principe geen automatische weigeringsgrond meer (met uitzondering van voorschriften inzake wegenis en openbaar groen). Dit stelt de vergunningverlenende overheid in staat om los te komen van historische, vaak achterhaalde ruimtelijke visies en het ruimtelijk rendement te optimaliseren.

Dit betekent echter niet dat deze oude voorschriften volledig van de kaart zijn geveegd. De overheid behoudt de decretale mogelijkheid om te oordelen dat bepaalde voorschriften wél nog steeds de criteria van een goede ruimtelijke ordening weergeven. Indien zij dit kader hanteert, rust er evenwel een strikte en bijzondere motiveringsplicht op het bestuur.

Het onderscheid tussen de feitelijke toestand en actuele ruimtelijke inzichten

In de praktijk stuiten we vaak op beslissingen waarin de overheid de toepassing van een oud voorschrift (bijvoorbeeld over de inplanting van bijgebouwen op de perceelsgrens) rechtvaardigt door louter te verwijzen naar de bestaande, feitelijke situatie in de omgeving. De redenering luidt dan: *”Omdat er in de wijk al gelijkaardige constructies op de perceelsgrens staan, weerspiegelt het voorschrift nog steeds de goede ruimtelijke ordening.”*

Vanuit administratiefrechtelijk oogpunt schiet deze motivering fundamenteel tekort. Er moet namelijk een scherp juridisch onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende toetsingsgronden:

  1. De feitelijke toetsing aan de goede ruimtelijke ordening: De beoordeling of een specifieke aanvraag verenigbaar is met de feitelijk bestaande toestand in de directe omgeving.
  2. De planologische actualiteitstoets: De motivering waarom een specifiek, decennia oud verkavelingsvoorschrift vandaag de dag nog steeds als een actueel en dwingend criterium moet worden beschouwd.


Kern van de problematiek: Dat de bestaande omgeving in het verleden conform de verkavelingsvoorschriften is bebouwd, is niet meer dan logisch; destijds was men immers verplicht deze voorschriften te volgen. Uit het loutere feit dat de omgeving er zo uitziet, kan dus niet automatisch worden afgeleid dat de voorschriften nog steeds beantwoorden aan de hedendaagse, geëvolueerde inzichten van een goede ruimtelijke ordening.

Wat eist de rechtspraak van de overheid?

Indien een vergunningverlenende overheid een voorschrift ouder dan 15 jaar als dwingend toetsingskader wil behouden om een vergunning te verlenen of te weigeren, moet zij aantonen dat dit voorschrift “de tand des tijds heeft doorstaan”. Zij dient concreet en specifiek te motiveren waarom de achterliggende ruimtelijke visie van het voorschrift op die specifieke plaats nog steeds een belangrijke, actuele waarde heeft.

Het bestuur mag de systemen bovendien niet door elkaar haspelen: het kan niet voor het ene aspect (zoals inplanting) vasthouden aan de oude voorschriften, terwijl het voor een ander aspect (zoals bouwvrije stroken) stelt dat de voorschriften wegens hun ouderdom buiten beschouwing moeten worden gelaten, tenzij dit uitdrukkelijk en coherent wordt gemotiveerd.

Conclusie voor de praktijk

Voor de vergunningspraktijk is de les helder. Overheden kunnen niet langer volstaan met een cirkeredenering waarin de feitelijke toestand (die het historisch gevolg is van de verkaveling) wordt gebruikt om de actuele waarde van diezelfde verkaveling te bewijzen. Wordt er door omwonenden of belanghebbenden geargumenteerd dat een oud voorschrift niet meer strookt met de hedendaagse goede ruimtelijke ordening? Dan is de overheid verplicht om hier des te omstandiger, nauwkeuriger en vanuit een actuele ruimtelijke visie op te antwoorden. Hetzelfde geldt ook indien de overheid de vergunning wil weigeren op basis van zo een oud voorschrift. Ook in dit geval zal zij hier dezelfde bijzondere motivatie over moeten opnemen. Gebeurt dit niet, dan is de kans reëel dat de beslissing wegens een formeel en materieel motiveringsgebrek sneuvelt voor de rechter.

Heeft u vragen over verouderde verkavelingsvoorschriften of verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar? Neem dan gerust contact op met advocaat omgevingsrecht Niels Vansimpsen.

Dit bericht delen?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest

Legal notice: Blogberichten genieten auteursrechtelijke bescherming en mogen niet worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

Nederlands